Lijst naaitermen

img_0344

Om vlot te naaien is het handig om wat naaiwoordenschat te kennen zodat alle tutorials die je vindt geen Chinees lijken (tenzij je op een Chinese website aan het kijken bent natuurlijk! 😄)

Ik ga proberen om, tijdens mijn naaizoektocht naar leuke patronen, een lijst te maken met termen die ik tegenkom. En omdat ik veel patronen zoek op Engelstalige sites, lijkt het me niet onhandig om ook de engelse term hieraan toe te voegen.

De lijst is uiteraard nog helemaal niet volledig! Heb je een handige aanvulling, geef ze zeker door!
 NL
EN
beschrijving
Materialen
beleg
img_0564
een beleg is een gedeeltelijke voering, gemaakt van dezelfde of een bijpassende stof bij het kledingstuk. De bedoeling is dit toe te passen waar het storend zou zijn als we voeringstof of de achterkant van de gewone stof zouden zien.
Het kledingstuk is niet alleen netter afgewerkt, maar het beleg geeft ook versteviging (handig bij een strook knoopsgaten)
bies/biais
img_0562
bias tape een smallere strook stof of lint dat je aan of rond de af te werken rand stikt. Een bies is in rechtdraad, biais is in schuindraad geknipt. Kan je met een eigen stofje ook zelf maken.
grosgrainlint
Grosgrain
grosgrain ribbon een stevig lint met dwarsliggende ribbels, gemaakt uit zijde, katoen of nylon. Te vinden in vele kleuren, breedtes en ribbeldiktes. De rand werd afgewerkt om het lint extra stevigheid te geven. Niet hetzelfde als Petershamlint, te zien op deze foto.
paspelband
paspel
placket een strook stof waarin een koordje zit vastgestikt, beschikbaar in verschillende kleuren, patronen en diktes. Je kan deze kant-en-klaar kopen of zelf maken (met een stof naar eigen keuze). Hoe je paspel vaststikt, kan je hier vinden!
petershamlint
Petersham
petersham ribbon een dik, stevig lint met dwarsribbels, meestal gemaakt uit katoen, rayon of een vezelcombinatie. Het is flexibel dankzij de speciale rand en zal bij strijken/stomen de rondingen van het naaiwerk overnemen zonder kreukels te vormen. Handig als beleg, tailleband bij broek of rok, in een corset, bij de boord van een hoed… Kan ook ter vervanging van biais gebruikt worden. Petersham lijkt op grosgrainlint, maar deze heeft een andere rand die het lint minder flexibel maakt. Vergelijk op deze foto.
toile
Toile
muslin een ‘proefstuk’ om een jurk, broek… te maken waar men aanpassingen op uitwerkt om zo tot een goed passend eindresultaat te komen. Vaak gemaakt van baalkatoen (muslin is ook de Engelse benaming voor deze stof).
Naaitermen
doorstikken topstiching de randen en naden nog een keer extra aan de goede kant stikken, meestal ca. 2mm naast de rand of naad.
Er zijn verschillende manieren om door te stikken. Zo heb je het enkel stiksel, smal op de kant, dubbel stiksel, sierstiksel en het platstikken.
draadrichting de draadrichting geeft aan in welke richting de scheringdraden van de stof verlopen. Op een patroondeel staat de draadrichting bij een lijn of een rand aangegeven, soms met een extra pijl.
Als het patroondeel op de stof ligt, moet de draadrichting parallel aan de zelfkant van de stof verlopen.
hechten het begin en het einde van je stiksel vastzetten door enkele steekjes naar achteren en weer naar voren te geven. Tegenwoordig kan je je machine hiervoor ook instellen en zal deze enkele steken achter elkaar op dezelfde plaats zetten alvorens te ‘vertrekken’.
rijgen to baste

to thread

met een korte naainaald en rijggaren verschillende stoflagen aan elkaar naaien met een grote steek, of bepaalde patroonlijnen op de stof overbrengen.Alle belangrijke punten of lijnen binnenin het patroon, zoals neepeindpunten, plaatsen waar een knoop, knoopsgat, zak, klep … komt, worden met een rijgdraad gemerkt..
ondervoeren underlining (ik vond geen correct Nederlands woord hiervoor!) hierbij ga je je volledige naaiwerk voorzien van een extra laag. Dit kan met een andere stof (bv. batist), met opstrijkbare -of opnaaibare versteviging. De stukken die je hiervoor uitsnijdt zijn dezelfde patroononderdelen (even groot) als die van je buitenstof. Werk je met een stof ipv ‘vlieseline’ dan wordt deze vastgedriegd (op de verkeerde kant) van je buitenstof en verder in het naaiproces worden deze als één stof behandeld. Het ondervoeren geeft het hele naaistuk meer vorm en ondersteuning. Deze techniek wordt ook bij korsetmaken gebruikt. Dan wordt de stof coutil gebruikt als een zware versteviging. Boven deze ‘ondervoering’ kan dan voeringstof gebruikt worden om je naaistuk van mooie voering te voorzien (tenzij de ondervoeringstof voor jou al mooi genoeg is 😉 al zal deze vaak stroever en minder zacht zijn dan bij de meest gebruikte voeringstoffen).
vleug bij stoffen met een pool (vb. fluweel) liggen de haartjes van de stof in een bepaalde richting. Als je met de hand over de stof heen beweegt en er weerstand ontstaat, beweegt je tegen de vleug in. Je zal zien dat er een verandering ontstaat in de kleurschakering. Daarom is het belangrijk om bij deze stoffen de patroondelen altijd in dezelfde richting op de stof te leggen. Anders kan je een broek krijgen waarbij beide broekspijpen een andere kleur lijken te hebben.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s